Broodsoorten

Naar de bestanddelen, de bereidingswijze en de formaten wordt een groot aantal broodsoorten onderscheiden:

Witbrood wordt vervaardigd uit zuiver tarwebloem; bij melkbrood is hieraan melkpoeder toegevoegd. De kwaliteit tarwe waaruit de bloem is vervaardigd, in het bijzonder het gehalte aan gluten, is van invloed op de broodkwaliteit. Men bakt in Nederland en België meestal brood van een mengsel van zachte en harde broodtarwe.

Frans stokbrood wordt vrijwel geheel bereid uit bloem van zachte tarwe en heeft daardoor een andere structuur.

Bruinbrood wordt vervaardigd uit een mengsel van tarwebloem en tarwemeel en bevat met het blote oog waarneembare zemelen.

Volkorenbrood,  in België ook integraalbrood genoemd, is bereid uit ongebuild meel uit de volledige korrel van tarwe, rogge, gerst, of mengsels van deze granen. Tarwevolkorenbrood bevat meer vitamines uit de B-groep, ijzer en calcium dan ander brood. Aanduidingen als glutenbrood, sojabrood, moutbrood e.d. duiden op broodsoorten die gebakken zijn uit met toevoegingen vermengd meel.

Roggebrood wordt gemaakt van de gehele roggekorrel, roggekorrel, die daartoe wordt gebroken (donker roggebrood) of gemalen (minder donker). Het donkere roggebrood was oorspronkelijk een specialiteit van de Nederlandse noordelijke provincies en vergt een lange baktijd. Van de lichter gekleurde typen bestaan veel varianten, waarbij gist en soms zuurdesem worden toegepast.

In Nederland regelt het zgn. Broodbesluit (Stbl. 1985, 758, tot toepassing van artt. 14, 14a, 16 en 16a van de Warenwet) de naamgeving van brood en stelt eisen aan het brood en aan de ruimten waarin het wordt bereid, verpakt of behandeld.

In België wordt dit geregeld door het K.B. van 2 sept. 1985 betreffende brood en andere bakkerijproducten. Het zoutgehalte mag in België niet meer dan 2% bedragen.