De herbouw

Het origineel van de korenmolen stond 400 meter zuidelijker aan de westkant van de Geesterweg, recht tegenover Jachthaven Laamens. In 1817 wordt er voor het eerst over De Oude Knegt gesproken. De molen dreigde in de jaren tachtig geheel verloren te gaan. In 1976 zijn op initiatief van Theo Visser de eerste plannen gemaakt voor herstel. Over die tijd sprak Otto Kraan met de Akerslootse molenbouwers. Een samenvatting van het verslag dat hij daarvan maakte, is hier te lezen.

´De molenbouwers, die hun verhaal doen, ken ik als keurige bescheiden mensen. Maar beginnen ze over hun molentik, dan zijn ze niet meer te houden. Weten ze van geen ophouden. Uren achtereen praten ze door. Over wat er allemaal voor kwam kijken en over wat ze wel niet hebben beleefd, voordat de wieken van hun korenmolen weer draaiden en de stenen weer graan tot meel vermaalden. Zij hebben het ook over de fijne kameraadschappelijke sfeer, die ik ook nu nog proef als ik met een groepje van vier of vijf bij elkaar zit om te praten over de herbouw van De Oude Knegt. ´

´Veel mensen hebben, elk op hun eigen manier, in meer of mindere mate hun steentje bijgedragen aan de herbouw van de Oude Knegt. Om niemand tekort te doen worden in dit verhaal zo min mogelijk namen genoemd. Voor twee mannen maak ik een uitzondering. De een is Theo Visser, hij kreeg het idee de molen te herbouwen en de ander, met een zeer toepasselijke naam, Klaas Molenaar was de oudste van de club en de eerste molenaar.´

´Najaar 1976. Theo Visser maakte -zoals vaker- op zijn fiets een ommetje door het dorp. Aan de lijn liep de hond mee, achterop zat Angelique. Op de Geesterweg vroeg zijn dochter naar de betekenis van de bouwval langs het fietspad. Een oude molen, had Theo gezegd. Maar, vroeg zijn dochter door, daar horen toch wieken bij? Dat was waar. Waarom wordt ie niet gemaakt?, wilde Angelique weten. De gedachte liet Theo niet los en zo werd het idee geboren de molen in oude luister te herstellen.´

´Zo´n doofpot - zoals een onttakelde molen wordt genoemd - was bepaald geen sieraad voor het dorp. Theo liet zijn fantasie de vrije loop: een dak erop, een paar wieken er aan en draaien maar. Zo ingewikkeld kon dat niet zijn. ,,Voor ik in 1969 naar Akersloot kwam, woonde ik in Amsterdam, in de Bosch en Lommerbuurt. Daar stond De Bloem, een werkende korenmolen. Ik ging er een paar keer kijken, raakte gefascineerd door het historische en ambachtelijke werktuig. Toen is het denkproces op gang gekomen. Achteraf moet ik bekennen, dat het bouwen van een molen minder simpel is dan het lijkt. ´

´In die tijd was de molen De Kat net hersteld. Die brandde in 1972 af. Ik had me laten vertellen dat de herbouw door een groep vrijwilligers was gedaan. Die hadden ook tegen mekaar op de stoep geroepen: nou, wij moeten die oude molen weer opknappen. Ik heb toen contact gezocht met de SUM, de Stichting Uitgeester Molens.´

´Met nadruk moet ik zeggen, dat we veel medewerking van de mensen van de SUM hebben gehad. Zij hielpen ons op weg met tekeningen, contacten en ook financieel. De club in Akersloot kon gebruik maken van hun kennis en ervaring. De samenwerking en contacten met de SUM zijn nog steeds goed.´

´Er woonden ook leden van de SUM in Akersloot. Ton Visser, gemeenteraadslid, was al eens bezig was geweest contact te zoeken met de SUM om na te gaan of ze een rol wilden spelen bij de herbouw van de Oude Knegt. Ik heb toen de Akersloter SUM-leden uitgenodigd voor een vergaderingetje. We waren het snel eens: het zou een goede zaak zijn de korenmolen te herbouwen. Daar bleef het bij: we deden een plas en we lieten de zaak zoals het was. We zaten eigenlijk een beetje op elkaar te wachten.´

´Er waren intussen notulen verschenen van een SUM-vergadering waaruit bleek dat over onze plannen was gesproken. Er stond echter ook in dat het buurtdorp Akersloot lange tijd niets van zich had laten horen en dat van de restauratie van dat stompie wel niets terecht zou komen. Dit werkte eigenlijk stimulerend op ons, in de trant van wel alle donders nou zijn we ergens aan begonnen en we maken het niet af. Dat zat ons niet lekker.´

´Bovendien kwam er rond de jaarwisseling plotseling een hek om dat stompie te staan. Dat was schrikken. Wij dachten, waar een hek om heen komt, wordt gewerkt en dat betekent sloop. Zeg maar dag met je handje tegen je restauratieplannen. Jammer, een gemiste kans. Geen restauratie. Dus als de bliksem contact opgenomen met de gemeente. De vervallen molen werd lang gebruikt als bollenschuur. Later bewaarde de tafeltennisvereniging er oud papier. Nadat ze daarmee waren gestopt, wilde de gemeente voorkomen dat kinderen in de bouwvallige molen konden spelen en werd er een hek omheen geplaatst. Voor sloop bestonden nog geen plannen.´

´De schrik zat ons goed in de benen. Zonder actie van onze kant zou er nooit wat van komen. Het gerucht over de afbraak miste zijn uitwerking niet. Iedereen werd weer bij elkaar geroepen en met een paar mannen van het eerste uur hebben we toen de knoop doorgehakt: we gaan herbouwen. Er is meteen een groot spandoek op de stomp gehangen met de tekst: herstel korenmolen De Oude Knecht…´

´Tijdens de lelietentoonstelling De Liliade zouden we een publieksactie voeren. Met een man of vijftien. Van een historische foto met de molen hadden we vergrotingen laten maken. Wie donateur werd, kreeg een speciaal gemaakt speldje cadeau. Schilder Soeterbroek wist te vertellen hoe de molen vroeger heette. Hij herinnerde zich een bordje met daarop de afbeelding van een sjouwende man met een baal meel op zijn rug. Eronder stond De Oude Knecht. Niemand heeft zich toen gerealiseerd dat knecht in oude spelling met een g in plaats van ch wordt geschreven. De speldjes waren toen al gemaakt. ´

´Ons enthousiasme leed er niet onder. We zijn goed agressief bezig geweest op die tentoonstelling. Niet minder dan vierhonderd bezoekers schreven zich in als donateur. Daar zitten mensen uit de hele wereld bij. Nogal wat Akerslootse emigranten kwamen in die tijd voor de Liliade een paar weken terug naar Akersloot.

´ Een plaatselijke VVD-wethouder werd enthousiast voor onze plannen en wilde het initiatief aanmelden voor een competitie van de Nederlandse Heide Maatschappij. Daarmee kon het herbouwplan voor de molen meedingen naar de nationale titel ´een kern waar pit in zit´. Daarmee wilde de Heidemij vrijwilligersprojecten stimuleren en belonen. Het ging ons niet eens om het geld. We kregen waardering, erkenning en werden serieus genomen.´

´Een nominatie voor de prijs kwam dus wel goed uit. Er bestond nog wel een klein probleempje. Het was half september en we hadden eigenlijk nog niks op papier staan. Inschrijven voor de wedstrijd kon tot 1 oktober. Erger nog: we wisten nog steeds niet wat we precies wilden. Dus weer met z´n allen om tafel: uitgangspunten geformuleerd, doelstellingen vastgelegd, acties beschreven, kortom een plan van aanpak gemaakt. Welke wegen te bewandelen en hoe komen we aan middelen. Op de valreep was de aanvraag klaar.´

´Prins Claus, beschermheer bij de Koninklijke Maatschappij Hollandse Molen, was erevoorzitter bij de wedstrijd. De directeur van de KMHM Mollie Geertsema en Utrechts burgemeester Henk Vonhof de voorzitters. Twee liberale kopstukken. Dat kwam goed uit, want onze burgemeester liep nog niet over van enthousiasme voor onze ideeën. Tijdens de braderie, waar we met een kraampje en een rad van avontuur stonden, kregen we het complete college op bezoek. Ik zal het nooit vergeten. Zegt die burgemeester: Jullie moeten niet op een subsidie rekenen, daar kunnen we in Akersloot niet aan beginnen. Wij reageerden nogal geprikkeld. Ik zei: nou meneer de burgemeester wij hoeven helemaal geen subsidie of geld van u, geeft ons maar een bouwvergunning, dan zorgen wij wel op liberale wijze dat die molen er voor niks komt.´

´Bij de landelijke prijsuitreiking wilden wij Prins Claus wel even de hand drukken. Geertsema zou zijn best wel voor ons doen. Mannen; ga je gang, zei hij met zijn bekende bekakte stem. En verdomd, even later worden we aan de prins-gemaal voorgesteld. Een aardige belangstellende man. We hadden ons gelukkig wel goed voorbereid. Claus kreeg van ons documenten en een Oude Knecht-speldje op de revers geprikt. Geertsema en Vonhof werd ook een informatiepakketje meegegeven. Een maand later belde het gemeentehuis met een uitgenodigd voor een gesprek. Tot onze verbazing wilde de burgemeester ons laten weten dat hij volledige medewerking van de gemeente toezegde bij de restauratie van de molen.´

´We waren inmiddels aan de slag gegaan met het uitwerken van de plannen. Denk nou niet dat je zomaar een archief binnenstapt en ze je daar aan een complete bouwtekening kunnen helpen. Eerst hebben we de stomp die er nog stond nauwkeurig opgemeten en in kaart gebracht. Met wat oude foto´s en een paar vergeelde documenten probeerden we op papier te reconstrueren wat er ooit in Akersloot had gestaan. Ons was verteld dat de korenmolen De Hoop in Den Oever erg veel weg had van onze Oude Knegt. Dus wij daar naar toe. Het zal niet tot op de centimeter hebben geklopt, maar dit was een goed voorbeeld voor de herbouw. Een hele zaterdag zijn we er aan het meten geweest. Aan de hand van die gegevens is de officiële bouwaanvraag gemaakt.´

´Op alle fronten werd gewerkt. Er moest geld komen en we waren met een speurtocht naar bruikbaar bouwmateriaal begonnen. Een van ons wist in België een as te liggen. Het hart van de molen. Dat zou mooi zijn. Dus wij met een kluppie op onderzoek uit. Ergens tussen Goirle en Poppel. De molen was afgebrand. ´

´We hadden al gebeld, maar de vrouw aan de andere kant van de lijn was niet te verstaan. Aanvankelijk konden we het adres niet vinden. Een molenaar wees ons de weg. Daar bij Casterle was de Zwarte Molen in vlammen opgegaan. Inderdaad, we vonden de geblakerde resten. Wij aanbellen. Gewapend met een bos lelies uit Akersloot en een Edammer kaas.´

´De dame die opendeed, snapte niet wat we wilden. Wij met handen en voeten ons verhaal verteld. O, zei ze na een hele lange tijd. Jullie moeten m´n zoon hebben. Maar die woonde elders. Zij kreeg de bloemen en wij naar haar broer toe. Een plezante man, die graag wilde helpen. Maar hij wilde weer overleggen met zijn twee zusters in de Anvers. Dus wij geven hem de kaas. Geef ons dan die as, probeerden we nog. Maar die vlieger ging niet op. We zouden nog wel bellen. Dus met lege handen naar huis. Eind van het liedje was: geen as. Want, zo liet de Belg weten, zonder as kan ik mijn molen niet herbouwen. Daar was weinig tegen in te brengen.´

´Een van ons werkte bij de Hoogovens en liep daar wel eens een directeur tegen het lijf. Bij zo´n ontmoeting vroeg de man belangstellend naar de vorderingen van de herbouwplannen. Dus kwam het hele Belgiëverhaal op tafel. Dan gieten wij bij ons toch een as voor jullie molentje, riep de directeur laconiek. We moesten wel zelf voor een mal zorgen.´

´Wij op mallenjacht. In Saasveld was de as van een molen gebroken en op kosten van de verzekering een mooie houten mal gemaakt. Die mochten we voor niks lenen. Maar hoe krijg je zo´n ding vanuit de Achterhoek in IJmuiden? De aanhanger was veel te klein. We hebben het gevaarte in folie gepakt en het er toch maar op gewaagd. Rustig aan met een slakkengangentje naar huis. Een tweede auto bleef er met knipperende lichten vlak achter rijden en fungeerde als waarschuwingswagen. In de modelmakerij van Hoogovens is de as met succes gegoten. Op de zijkant staat de tekst bij hoogovens uit vloeibaar ijzer ontstaan, ben ik de schakel tussen de wind en het malen van graan´.

´Goed hout voor weinig geld. Ook daar zaten we om vergelegen. Er was een tip binnengekomen over een partij op het Sluiseiland bij IJmuiden. Hout afkomstig van sluiswerken en beschoeiingen werd daar door Rijkswaterstaat opgeslagen. Zeg maar neergekwakt. Alsof tientallen luciferdoosjes waren leeggekieperd, maar dan wel met lucifers van 12 tot 20 meter lang. Balken met een doorsnee van 35 tot 40 centimeter, vol met zwaar ijzerwerk.

´De Domeinen verkocht de partij bij inschrijving. Wanneer een bod werd geaccepteerd, moest je het binnen een maand weghalen. Dat risico konden wij niet lopen. Omdat er zoveel werk aan zat, verwachtte de Domeinen weinig belangstelling voor het hout. Wanneer er helemaal geen koper zou komen opdagen, mochten wij het voor niks komen ophalen. Ze hadden wel wat met die molen.´

´Blijkt er toch nog iemand te zijn die een bod had uitgebracht. Een aannemer uit Groningen: schreef in voor duizend gulden! Dus hij kreeg het hele zooitje voor een rooie rug en wij stonden er bijna jankend toe te kijken hoe die handel aan onze neus voorbij ging. Zegt die Groninger doodleuk, jullie kunnen het toch van mij kopen. Ik ben de eigenaar. Geld hadden we niet. Maar bij de SUAM was er nog een potje. We zijn het op 2500 gulden eens geworden.´

´De kap, de achtkantstijlen en de buitenbetimmering zijn van het hout gemaakt. We hebben de werking van de hefboom daar op het Sluiseiland goed leren kennen. Het was de enige manier om met spierkracht het goede bruikbare hout vrij te maken. Met een eigen sleutel van het terrein konden we er altijd terecht. Trekstangen werden doorgebrand en ijzerbeslag verwijderd. Het beste hout werd apart gelegd. Achteraf werden we ontboden bij Rijkswaterstaat, het gemerkte hout hadden we niet ápart mogen leggen. Dat behoorde niet tot de aangeboden partij. Daar moesten we verder maar van afblijven.´

´Op zaterdagochtend zou de 35 kuub worden afgevoerd. De man van de heftruck en de chauffeur van Winder Limmen hebben we niet om half negen, maar al om zes uur laten komen. Zo zouden we de toezichthoudende cantonier voor zijn. Het gekochte hout en ook de Rijkswaterstaatpartij is razendsnel geladen. Voor achten waren we weer verdwenen. De geleende sleutel hebben we voorzichtig in de brievenbus gegooid om de toezichthouder niet wakker te maken. De mannen die in het complot zaten, hebben nog lang in hun piepzak gezeten. Bij Rijkswaterstaat hebben ze het hout nooit gemist.´

´Het transportbedrijf van Winder Limmen is onze vaste vervoerder geworden. Ze stelden hun grootste dieplader beschikbaar en brandstof werd niet in rekening gebracht. De chauffeur wilde zelfs op zaterdag pro deo rijden. Later zijn ze ook betrokken geweest bij allerlei andere hijsklussen. Een van de directeuren had wat met Akersloot, dat was weer onze mazzel.´

´Veel bedrijven hebben ons om niet geholpen. Dat is echt hartverwarmend. Gejo mechanica uit Stompetoren deed het grondonderzoek. Zonder kan je niet heien. Een van ons zat vroeger bij aannemer Punt in de klas. Die kon ons weer aan grond helpen. Hij had 500 kuub over en zou het wel even langsbrengen. Alles weer voor nop. Ze stuurden zelfs een shovel mee. Hup, het werd naast de bouwpunt in het land gestort. Kwam van een eeuwenoude geruimde begraafplaats. Af en toe vinden we nog wel eens een botje.´

´De volgende dag een telefoontje van de burgemeester. De buurt zat zonder water, er was een leiding gesprongen. Staan we op de mannen van het PWN te wachten, komt een van de bewoners van die duurdere huizen met opgestoken zeilen aanlopen. Hoe lang het nog zou duren, wilde hij weten. Wij dachten oprecht dat hij naar de voortgang van de molenbouw informeerde en reageerden: een jaar of twee. Vloekend en tierend ging hij zijns weegs.

´De hoofdleiding was bezweken onder de druk van de bult grond. Na enige maanden kregen we de rekening van het PWN: vierduizend gulden. De leiding stond niet op de tekeningen. We voelden ons niet schuldig. Dus op naar de directie in Bloemendaal om onze visie op de gebeurtenissen te geven. Wij vertellen over de restauratie, onze belabberde financiële positie en de grote vrijwilligersinzet. De rekening werd verscheurd.´

´We hebben nog niet verteld, hoe we de bouwgrond hebben geregeld. De burgemeester had zijn medewerking toegezegd en noemde wat gebiedjes waar we maar eens moesten gaan kijken. Onze voorkeur ging uit naar het stukje grasland aan de Geesterweg, waar boer Kerssens wel eens droge koeien liet grazen of wat hooi van afhaalde. Dat was het dichtst bij de oorspronkelijk plek van de Oude Knegt, langs dezelfde weg en mooi bij de ingang van het dorp.´

´De burgemeester was akkoord, op voorwaarde dat we het zelf regelden met de boer. Klaas Molenaar, onze oudste medewerker, ging er op af. Onder melkenstijd. Ze hebben met z´n tweetjes tegen een koe aangehangen. Klaas zei tegen Joop: ´k wil effe met je proate. Nou, wat mot je dan, had Joop gezegd. Als ouwe dorpsgenoten onder elkaar. Wanneer de bouw tot een molen beperkt zou blijven, had Joop er geen moeite mee. De burgemeester keek er van op, hield woord en de grond was voor ons.´

´We hadden een zeer goede penningmeester, bijgenaamd de Kniert. Zeer nauwgezet hield hij de boeken bij. Elk dubbeltje werd, voordat het mocht worden uitgegeven, drie keer omgedraaid. Alsof het uit z´n eigen zak kwam. Voor ons rommelkonten was hij een uitkomst. Veel geld hebben we verdiend met het uitgeven van certificaten. Piet Haquebart uit Akersloot had een drukkerij in Amsterdam. Hij maakte drieduizend folders en zo´n duizend certificaten. Prachtige documenten. Kostte 25 gulden per stuk. Daarmee werd je eigenaar van een stukje molen. Op het waardepapier stond dat nauwgezet beschreven: een centimeter as, een hoekje molensteen of een stukje van het achtkant. Daarmee werd de molen een beetje van iedereen.´

´De actie Zomerzegels leverde ook aardig wat geld op. De commissie voor deze regio zetelde in Heiloo. Bij het steken van de roeden kwamen twee keurige dames naar het dorp om ons het bedrag te overhandigen. Bijzonder genoeglijk waren de restauratieconcerten bij kaarslicht in het Hervormde Kerkje. Daar speelde het Aeolus-quintet , genoemd naar de Griekse mythologische figuur die door Zeus was aangesteld als de bewaker van de wind. Dat vonden wij molenbouwers wel een toepasselijk blaasorkestje. Er werd nog een glas wijn geschonken en een stukje kaas gegeten. Veel verdienden we er niet aan, maar het was goed voor de contacten onder de notabelen in het dorp. ´

´Veel volkser was de verkoop van koek en zopie op het Kerkemeer. We hebben drie winter op het ijs gestaan. Vooral met de georganiseerde schaatstochten verkochten we veel van onze producten. Een van ons had thuis honderd liter dikke erwtensoep gemaakt. We waren experts in het verdunnen. Alles voor de goeie zaak natuurlijk. Anders hielden we er niks aan over. Gezegd moet worden dat de Komart ons de ingrediënten voor een vriendenprijs verkocht, zodat we aardige marges konden maken. En iedereen deed natuurlijk weer voor niks mee.´

´Al met al begon het er steeds serieuzer uit te zien. We hadden vergunningen, tekeningen, wat geld en bouwgrond. Niets stond de feitelijke restauratie nog in de weg. Maar dat is een verhaal op zich.´

´In het begin dachten helemaal niet aan het volledig herbouw van de vervallen molen. We wilden gewoon ergens een achtkantje kopen en dat naar de plaats vervoeren waar de Nieuwe Oude Knecht moest komen te staan.´

´Zo zijn we op een mooie dag in de buurt van Leeuwarden terecht gekomen bij iemand van de Landadel, een heel typische man, die ons eerst op ons donder gaf omdat we vijf minuten te laat op onze afspraak verschenen. Het scheelde maar weinig of we konden onverrichter zake naar huis. Maar uiteindelijk mochten we naar een watertje, waar zijn achtkantje zou staan. Wij er heen en er stond er een in een zeer treurige staat van onderhoud. Je kon de houtmolm met je handen uit de balken scheppen. Dus je begrijpt wel, dit werd niks en wij weer terug naar Akersloot.

´In Bleiswijk lag een gesloopt achtkant opgeslagen. Dat spul was door een snuiter gekocht die zelf in een peperbus in Rotterdam woonde en het zonde vond dat zo ‘n gesloopt achtkant een roemloos einde zou beleven. Nou wij meten en bekijken de boel, blijkt dat de stijlen verlengd moesten worden en er waren nog meer problemen. Ook daar is dus niets van terecht gekomen.´

´In Volendam stond net zo´n achtkantig peperbussie. Toen ook dat niks werd, besloten we zelf maar zo´n ding te bouwen. De verhalen over de zoektochten zijn snel verteld, maar vergeet niet dat er veel tijd mee heenging: Wie gaan er heen, mensen zaten in ploegendienst, bestuursleden moesten worden geïnformeerd, opmeten en uitrekenen, wie neemt de beslissingen enz. enz..´

´Met een aantal mensen er op af. Dat was best wel leuk, maar alle die expedities bleven zonder resultaat. Achteraf eigenlijk wel gelukkig, want nu hebben we de maten van de oorspronkelijke Oude Knecht kunnen aanhouden. Toen wij zo naarstig op zoek waren hebben we ons dat eigenlijk nooit zo gerealiseerd. Als we maar een achtkant konden kopen, dat was echt het doel waar naar we streefden. Maar later zeiden we tegen elkaar, verdorie wij moeten helemaal niks kopen, wij moeten zorgen dat wij iets bouwen met de originele oorspronkelijk maten van de Oude Knegt. Net als vroeger.´

´Langzaam is het besef gegroeid dat we zelf moesten gaan bouwen. Vanaf de fundering tot en met de kap en de wieken. Wel hebben we nog geprobeerd het oude achtkant van de originele Oude Knecht in handen te krijgen. Dat spulletje was het eigendom van aannemer Boekel in Bergen. Hij zei, jullie kunnen dat achtkantje overnemen voor een zacht prijsje als ik een zomerhuisje mag zetten op dat stukje land dat er bij hoort. Wij hebben contacten gelegd en gesprekken gearrangeerd met burgemeester en wethouders. Het gemeentebestuur stond er welwillend tegenover. De aannemer moest maar eens een knappe tekening maken. Toen bleek dat hij er een grote bungalow wilde bouwen, zo groot als het landje dat achter bleef.

´Hier werd uiteraard zeer kritisch op gereageerd door B. en W. Ook wij zagen het niet meer zitten met die man en hebben definitief het besluit genomen álles zelf te gaan doen. In 1981, op de dag dat de nieuwe Oude Knegt zijn eerste slag gaf en daarmee officieel begon te draaien, werd het restant van de originele Oude Knecht gesloopt en afgevoerd. Natuurlijk stom toeval, maar het gaf toch te denken.´

´Laten we eerst nog eens een keer benadrukken dat de aanvankelijk negatief kritische opstelling van onze burgemeester en zijn wethouders plaats maakte voor bijval. Hun instelling ten aanzien van de bouw werd al positiever en hun medewerking steeds groter. Ze hadden ook wel in de gaten dat de mensen, die zich druk maakten over de molen, niet zo maar een stelletje klungelaars waren. Toen burgemeester De Sonneville de eerste paal had geslagen, gaf hij in zijn eigen achtertuin een receptie. Lekkere hapjes en drempelverlagende versnaperingen waren rijkelijk aanwezig. ´

´Het werd tijd voor een begroting. Volgens de eerste berekening zouden de bouwkosten f 206.000,- bedragen. In de gemeenteraad Akersloot was inmiddels besloten eenderde bij te dragen. Eenderde zouden we bij elkaar moeten schooieren en eenderde zou bespaard worden door zelfwerkzaamheid. Onze penningmeester had slapeloze nachten, hij zag dat niet zitten, het enige waar hij op kon rekenen was dat ene derde deel van de gemeente.

´Bij herberekening kwamen we uit op een begroting van rond de f 360.000,—. De gemeente hield nog een slag om de arm. We mochten namelijk tot f 90.000,— rekeningen indienen en daarna zouden ze dan wel verder zien. Zoals reeds gezegd: de samenwerking met de gemeente liep uitstekend en het resterend bedrag is later ook gewoon uitbetaald toen we dat nodig hadden.´

´Eindelijk konden we aan de slag. Eerst moesten de taken worden verdeeld. Er was een ploegje dat zich zou gaan bezig houden met de fundering. De molenaar op de Uitgeester molen de Dorregeest zou de kap bouwen. Het achtkant werd uitbesteed aan molenmakerij Saendijk. Nou en toen moesten we eerst die bonk hout, zo´n 55 kuub, laten zagen. We hebben met diverse zagerijen contact opgenomen en het werd uiteindelijk Dekker in Monnickendam. Er was wel een uitgewerkt zaagplan, maar we moesten er bij blijven. Als er ergens een rotte plek zat, en dat kwam natuurlijk wel voor, dan moest je dat hele zaagplan weer bijstellen.´

´Het hout voor het achtkant is dus naar de Zaan gegaan. De rest naar de werf van de gemeente. We hebben toch ook heel wat tegenslagen moeten overwinnen. Toen we van Monnickendam, nadat we een deel van de lading bij de molenbouwer in Zaandijk hadden afgeleverd, op weg waren naar Akersloot reed de wagen op aanwijzingen van de bijrijder vast in de prut. Daar stonden we op een zaterdagmiddag, het goot van de regen en we konden geen kant meer op. Een van ons nam contact op met Wim van Vliet, van het loonbedrijf die ons al vaker fantastische had geholpen. Ondanks de drukte kwam hij ogenblikkelijk met zijn grote Atlas-kraan. Hij loste de lading, trok de wagen uit de modder, zette het hout weer in de laadbak en wij konden de gezaagde planken verder brengen naar de gemeentewerf. Dit akkefietje deed hij er gewoon even tussendoor en het kostte ons weer niets en niemendal.´

´Laten we meteen Willem Kwak, de draglinemachinist, ook maar even noemen. Hij kwam rond de bouwput van de molen grond brengen en verzetten met zijn dragline. Als die man aan de handle zat dan kon je er wel met de schop achter aanlopen, maar je hoefde er eigenlijk niets meer aan te doen. Een vakman tot en met. Hij kon zijn naam op de grond schrijven met dat ding.´

´Joop van Eerden, medewerker van verwarmingsbedrijf Admiraal in Beverwijk, begeleidde de bouw van de achtkant. Dat bereidde hij nauwgezet voor op de zolder van zijn baas. Korbelen steken schuin in legeringbalken, dat luistert allemaal bijzonder nauw. Dus tekende hij de hele constructie eerst op de vloer. Van oude metalen luchtkanalen knipte hij metalen mallen voor de achtkantstijlen. De molenbouwers waren daarmee bijzonder in hun schik. Meten was niet meer nodig. De kettingzaag kon er zo in worden gezet.´

´Een ander, met een zwager in een timmerfabriek, maakte de blokkelen. Vierkante balken 25 x 25 centimeter. Daar zitten de gaten in, waar de opstaande pennen van de achtkantstijlen invallen. Een zeer precies werkje. We hadden voor die moeilijke pengatverbinding gekozen omdat dit tot ongeveer 1600 gebruikelijk was in de molenbouw. Later zijn ze dat wel eenvoudiger gaan doen, maar wij wilden de restauratie toch zo oorspronkelijk mogelijk uitvoeren.´

´Dat hout van die blokkelen moet natuurlijk enorm sterk zijn. Wij hebben daarvoor oude grenen balken uit de voormalige Portugese Synagoge te Amsterdam kunnen bemachtigen. Dat hout was misschien wel 500 jaar oud en als je er aan begon te zagen rook je het bos weer. Op de gemeentewerf van Akersloot is de kap gemaakt door onze eigen Joop van Eerden. Die kap moet je eigenlijk zien als een bouwpakket. Toen hij klaar was heeft hij hem weer uit elkaar gehaald en op de plaats waar de molen zou komen weer in elkaar gezet en er de as in geschoven. De kap is ter plaatse met riet bekleed en later in zijn geheel op het achtkant gehesen.´

´Het riet kwam op een dekschuit met een sleepboot ervoor over het water naar Akersloot toe. We hebben daar onwijs veel werk aan gehad. Het is o.a. geoogst in Groot Schermer, uit de vuile gracht bij West Graftdijk. Een meertje vol mooi riet. We hadden kennis aan een snijder uit Groot Schermer. Die werkte met een oogstmachine. Er lag ijs. Het riet werd zo afgesneden dat de bossen achter je kont lagen, gebundeld en wel. Die konden in een keer op de dekschuit.´

´Het recreatieschap Uitgeest heeft ook gratis een partij riet naar de molen de Dorregeester gevaren. Daar is het geschoond, met hulp van verkenners. Die maakten met een bootje een soort pont om het riet weer over de vaart naar de overkant te kunnen brengen, waar een van ons met een trekker en aanhangwagen klaar stond om het verder te transporteren. Intussen was een ander alweer bezig met het zagen van rietlatten, balkjes die horizontaal op het achtkant worden gespijkerd om riet aan vast te naaien.´

´Maar nog wat anders over dat riet snijden. Een van ons had een kavel riet op de kop kunnen tikken, en dat zouden we op een zaterdag naar de wal halen. Dat riet wordt meestal geoogst als er ijs ligt, dus zeg maar in februari/januari. Dan is het makkelijker de kant op te krijgen. In het vroege voorjaar zouden we die bundels riet, die aan de kant lagen, op een schuit gaan laden. Dat gebeurde in Groot Schermer, midden in de Ruige Polder.´

´We waren met een man of tien in een heel plezierig sfeertje goed aan het werk. Als je daar langs de waterkant loopt moet je erg oppassen. Je kunt denken dat je op vaste grond stapt, maar dan is het een drijfberg, zoals ze dat in de Noord noemen. Een van ons, schoot het water in tot aan zijn kruin. Toen hij bovenkwam stonden wij wat besmuikt toe te kijken, maar we hoorden hem niets zeggen en de oudste onder ons, een ervaren polderfiguur, had uit voorzorg een zak met droge schone kleren meegenomen. Nu wilde onze natte vrind kennelijk niet aan de kant in zijn blote kont staan. Hij schaamde zich misschien een beetje, dus probeerde hij naar de boot springen, die een eindje van de kant af lag. Hoe het nu kwam weten we nog niet, maar hij haalde het net niet en we hoorden zijn nagels langs de huid van de boot krassen en hij ging opnieuw kopje onder. Toen hij weer bovenkwam was hij toch even op een voor zijn doen niet gebruikelijke wijze met Onze Lieve Heer in gesprek.´

´De boer ter plaatse was ook in de buurt en hij zou de schuit een beetje verhalen. Nu deed de man drie dingen tegelijk. Geloof me, ik heb wel tien getuigen: hij hing in het want om aan de boot te trekken, tegelijkertijd had hij zijn jongeheer uit zijn broek hangen omdat hij moest pissen en bovendien was hij ook nog bezig een sjekkie te draaien. We hebben vanwege de hilariteit de werkzaamheden zeker een kwartier moeten onderbreken.´

´De hoog opgeladen zolderschuit hebben we tegen de wind in naar een aanlegsteigertje bij de beeldhouwer Nico Jonk gebracht. Een chauffeur met een wagen van het Lange Rond bracht het riet voor ons naar Akersloot. Wij hadden allang met elkaar de afspraak gemaakt dat als er echt iets professioneels moest gebeuren, we er een vakman bij zouden halen. De rietdekker Sprenkelink heeft van het riet uit Groot Schermer en uit Graftdijk de kap en het achtkant kunnen dekken. En wij kunnen rustig stellen dat hij dat uiteraard vakkundig en voor een scheet en zeven knikkers gedaan heeft.´

´Van het gemeentebestuur van Akersloot kregen we de bouwvergunning, op voorwaarde dat we een meter boven het maaiveld zouden gaan zitten. De burgemeester liet ook nog een ballonnetje op. Hij zei: jullie gaan toch niet echt in productie met die molen, dus zetten we er maar wat woningbouw omheen. Wij reageerden natuurlijk nogal heftig en vertelden dat we er echt een molenbedrijf van zouden maken. Dat verdaagt zich niet met huizen. Ze zijn er nooit meer op terug gekomen.´

´Inmiddels waren er twintig houten palen met betonnen opzetters de grond in geheid. Op een van onze vele bouwvergaderingen werd afgesproken geen kelder te maken. Dat zou alleen maar extra werk en tijd kosten. Een van ons was het daar niet mee eens. Tijdens de vergadering moet deze vlegel al gedacht hebben; ze kennen me wat, laat ze maar lullen, maar ik wil daar een kelder hebben.´

´De volgende morgen heeft hij daar een ander bij betrokken en samen hebben ze een vrachtwagen met grijper en chauffeur georganiseerd. Toen is er tussen de palen tot ongeveer anderhalve meter diepte grond weg gegraven. Maar ook de rest van de koppen van die betonnen palen moesten worden gesneld. Daar wist die kelderfanaat niet een twee drie raad mee. Dikke Piet van café Het Pontje zorgde voor een oplossing. Onder zijn vaste klanten zat een ploeg koppensnellers, die het restant van de palen wel even onder handen wilden nemen.´

´Het toeval wilde, dat de vrouw van een van de mannen uit onze bouwploeg op het handbalveld in gesprek raakte met een vader, die betonuitvoerder was geweest. Hij gaf les op technische school in Beverwijk en wilde wel helpen. Bekisting, betimmering, storten, ijzer vlechten en beton vast trillen. Het is een vak, daar moet je een specialist voor zijn. Voor de zoveelste keer lachte het geluk ons toe. Met gratis betonijzer van Hoogovens, gratis bekistingenhout en gebruik van gereedschap van Van Hattem & Blankevoort , de medewerking van de kranen van Winder Limmen en de betoncentrale uit Heiloo is het uiteindelijk goed gekomen.´

´Op twee platte schuiten is het nieuwe achtkant van Zaandijk naar Akersloot gevaren. Gedragen door twee lange beunen en goed vastgezet met touwen aan de luiken op het dek. We kregen van Rijkswaterstaat geen toestemming om het gevaarte dat toch zo´n zes a zeven ton woog op hun terrein bij het pontje te lossen. Ze schreven er zelfs een officiele brief over. Maar het ding moest ergens aan land. We zouden het ergens in de buurt doen. Achteraf moeten we vaststellen dat we het niet precies meer weten, maar het toch wel erg dicht in de buurt van de pont moet zijn geweest. Soms kan je beter niet om toestemming vragen.´

´In Uitgeest had je in die tijd het populaire café De Landbouw, de stamkroeg van een van onze bouwers. Hij was op zoek naar een blok arduin, een blauwe harde steensoort. Wordt gebruikt om de as van een molen in te laten draaien. Zit daar onze man achter een pilsje en realiseert hij zich in eens dat er voor de deur een stoep ligt van het steensoort waarnaar hij zo naarstig op zoek is. De kastelein was bereid de enorme steen af te staan. Eigenhandig heeft de Uitgeester er drie blokken uitgezaagd. Een halssteen, een pensteen en een tegelsteen. Er is heel wat afgehakt, geschuurd en geslepen om de juiste hollingen en bollingen in het materiaal te krijgen.´

´Laten we nog maar weer eens een keer heel duidelijk uitspreken dat wij van onze vrouwen, relaties, vriendinnen of hoe je het ook allemaal noemen wil, ontzettend veel steun hebben gehad. Niet alleen moreel en niet alleen bij de voorbereidende acties, maar ook daadwerkelijk op het werk. Toen de roeden op bij de molen lagen, waren er wel zeven vrouwen bezig met het schilderwerk. En geloof me, een moeilijke- en omvangrijke klus.´

´De wieken zaten op de as, de as lag op en tegen de stenen en de keer- en weerstijlen hielden de zaak bij elkaar. De molen kon gaan draaien. Je hebt ook een bovenwiel nodig waar je de vang omheen gooit om de molen te stoppen als dat nodig is. Wij wilden daar een vijzelwiel van een oude watermolen voor gebruiken. Kwam uit de buurt van Hoorn. Is door Hoogovens bij de blokvorm gieterij nog gerestaureerd.´

´De molenstenen kwamen van een specialist: Vaags uit Aalten in Gelderland. We hadden om twee koppels vijftieners gevraagd. Dat is de omtrek in Amsterdamse voeten. Staat gelijk aan een doorsnee van 1.30 meter. Alles is met de hand gedaan: het bovenwiel de bonkelaar en de steen die onder ligt het spoorwiel. Die molenmaker weet dan ook meteen hoe groot de steenspillen en de kuipen moeten zijn. Als een bouwpakketje met losse onderdelen is het naar Akersloot gekomen. Daar moesten wij de molenmaker en zijn twee knechten met hand en spandiensten bijstaan. Met die ploeg zijn we nog zes zaterdagen bezig geweest om de klus te klaren.

´Voor de grote koningsspil hadden we grenen balken nodig. We waren getipt dat er wat geschikts bij de Nauernase Vaart lag, waar Rijkswaterstaat met bruggenbouw bezig was. Wij er achteraan. Zijn jullie handelaren?, wilde ze weten. Nee, we zijn de molenbouwers van Akersloot en we hebben geen geld, was onze reactie. Haal ze dan maar op, was het antwoord. Er zaten twee prima balken bij. De rest van het hout hebben we verzaagd en voor de omheining gebruikt.

´Goed grenen vloerenhout was onbetaalbaar. In Amsterdam werd de Portugees Israëlische synagoge gerestaureerd. Ze hadden alle oude vloeren eruit gesloopt, was ons verteld. Wij naar monumentenzorg. Het waren planken van vier centimeters dik. Als we zelf de originele gesmede klinknagels eruit haalden, mochten we de partij gratis meenemen. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd.´

´Voor de zeilen op de wieken gebruikten we geïmpregneerd katoen. Was goedkoop. Toen al snel het weer erin kwam, is het behandeld met kledensmeer. De zeilen werden er knalgeel van. Toen ze mensen onze Oude Knegt de draaiende paardebloem gingen noemen, zijn we toch maar op weerbestendiger kunststof over gegaan.

´Eén koppel maalstenen komt uit Enkhuizen, het andere stel is gegoten. Vroeger gebruikte men daarvoor vulkanisch steen uit de Eifel. Nu worden ze gewoon gemaakt. De molenmaker had zelf stukjes zoetwaterkwarts uit Parijs gehaald. Niet groter dan een erwt. Zit ook ameril en magnesiet in. Dat wordt in het maalvlak gegoten. Hoe, dat is het geheim van de molenmaker. In de bovenlaag de groeven gebeiteld. Molenaars spreken van het billen van de molenstenen.

´In de kelder staat ´de paal van Theo´. Die was noodzakelijk om extra draagbalken te steunen. Door de aanleg van een kelder waren de lange balken op de maalvloer onder het enorme gewicht van de molen gaan doorbuigen. Normaal zou de hele constructie op de grond rusten. Dus waren extra dwarsbalken en een paal nodig om de boel op zijn plaats te houden. Bloed zweet en tranen heeft het Theo gekost, maar hij heeft zijn kelder gekregen.´

´De zaterdag voor Pinksteren 1983 werd de molen officieel in gebruik genomen. De net benoemde burgemeester Schoof lichtte de vang. Een dorsmachine draaide voor de show op stro en een oud T-Fordje bracht het graan voor de molen. Ondanks het regenachtige weer werd het een prachtige dag. In een feesttent dronken we nog een glas en smulden we van de haringen die visboer Kerssens beschikbaar had gesteld.´

´Zo kunnen we nog uren doorgaan. De herbouwde Oude Knegt is samengesteld uit overal bij elkaar vandaan gehaalde bouwmaterialen en tot stand gekomen met de hulp en inzet van een grote groep mensen, bedrijven en instellingen. Achter elk onderdeel zit een verhaal. Dat maakt de molen zo bijzonder. Het gaat weliswaar om een replica, maar een bekroning op al dat werk was de status gemeentelijk monument dat de Oude Knegt in 2000 werd verleend. ´

(Tijdens de jaarwisseling 2000/2001 brandde de molen af).